|
23:40
Den Haag | cIshaa
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
03:56
Middel 6
05:27
Middel 5
13:55
Middel 2
18:12
Middel 4
22:09
Middel 3
23:40
Alle gebedstijden
Wij zijn de nakomelingen van Noeh

Vraag:

Verdronk iedereen op aarde door de vloed die Allah stuurde, behalve degenen die met Noeh op de ark waren? Kunnen wij dus zeggen dat iedereen op aarde een nakomeling is van degenen die zich op de ark bevonden?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

De tekst van de Koran geeft duidelijk aan dat iedereen op aarde verdronk gedurende de vloed. Geen mens of dier werd gered met uitzondering van degenen die de Profeet Noeh (vrede zij met hem) met zich meenam op de ark. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Toen redden Wij hem en degenen (die zich samen)met hem in de (zwaar)beladen ark (bevonden). Vervolgens lieten Wij daarna de achterblijvers verdrinken.”

(Soerat ash-Shoecaraa’: 119-120)

“Totdat Ons Bevel kwam en de oven overliep (met water). (Toen) zeiden wij: “Draag daarin (d.w.z. aan boord van de ark) van elk paar twee (d.w.z. een man en een vrouw) en jouw familie, behalve degene voor wie het Woord (d.w.z. de bestraffing) al eerder is bepaald. En (draag daarin ook) degene die gelooft.” En niemand geloofde met hem, op slechts enkelen na.”

(Soerat Hoed: 40)

“Toen verloochenden zij hem, waarna Wij hem en degenen (die zich samen) met hem in de ark (bevonden) redden. En Wij maakten hen tot opvolgers (op aarde), en Wij lieten degenen die Onze Tekenen verloochenden verdrinken. Zie hoe het einde van de gewaarschuwden was.”

(Soerat Yoenoes:73)

De tekst van de Koran geeft ook aan dat de aarde daarna alleen werd bewoond door de nakomelingen van de Profeet Noeh (vrede zij met hem). De nakomelingen van de gelovigen die met hem in de ark waren bleven niet over. Alle mensen die nu op aarde zijn, zijn dus nakomelingen van de Profeet Noeh (vrede zij met hem). Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voorzeker, Noeh riep Ons aan. En hoe geweldig zijn Wij als Verhoorders. En Wij redden hem en zijn familie van de geweldige kwelling. En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden. En Wij bezorgden hem een goede naam onder de latere generaties. Vrede zij met Noeh onder de werelden. Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners. Voorwaar, hij (Noeh) behoorde tot Onze gelovige dienaren. Vervolgens lieten Wij de anderen (d.w.z. de ongelovigen) verdrinken.”

(Soerat as-Saaffaat:75-82)

cAli ibnoe abie Talhah overleverde van Ibnoe cAbbaas dat hij zei: “Er was niemand meer over, behalve het nageslacht van Noeh (vrede zij met hem).”

Qataadah zei over de woorden “En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden”: “Alle mensen behoren tot het nageslacht van Noeh (vrede zij met hem).”

Imam Ibnoe Kathier zei: “De geleerden verschillen van mening over het precieze aantal dat zich met hem op de ark bevonden.”

(Tafsier Ibnoe Kathier, boekdeel 7, blz. 22)

Er is overgeleverd van Ibnoe cAbbaas dat er tachtig mannen waren die ook werden vergezeld door hun vrouwen. Verder werd het overgeleverd van Kacb ul-Ahbaar dat er tweeënzeventig mensen waren. Ook werd gezegd dat er slechts tien mensen waren.

Een groep onder de exegesegeleerden heeft gezegd: “Het water steeg tot vijftien kubieke meter boven de top van de hoogste berg op aarde. Dit is ook de mening van de lieden van het boek (d.w.z. de joden en de christenen). Er werd ook gesuggereerd dat het tachtig kubieke meter was. Het bedekte zowel de lengte van de aarde als de breedte ervan. Daarnaast bedekte het water de velden, ruwe terreinen, bergen, afgelegen gebieden en woestijnen. Er bleef niemand in leven, jong of oud.

Imam Maalik zei: “Toen vulde de populatie uit die tijd de velden en de bergen…

Allah gaf geen van de gelovigen die met de Profeet Noeh was kinderen of nakomelingen, behalve Noeh (vrede zij met hem). Allah, de Verhevene, zei (interpretatie van de betekenis):

“En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden.”

(Soerat as-Saaffaat: 77)

Eenieder die vandaag de dag op aarde leeft, ongeacht ras, is een zoon van Adam die afstamt van één van de drie zonen van Noeh, namelijk Saam, Haam of Yaafith.”

(al-Bidaayah wan-Nihaayah, boekdeel 1, blz. 111-114)

Al-cAllaamah at-Taahir ibnoe Ashoer zei: “Het feit dat de zin “En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden” (in de Arabische taal) begint met een voornaamwoord, duidt erop dat zij de enigen waren. Er was niemand van de mensheid overgebleven, behalve degenen die Allah met Noeh in de ark redde. Vervolgens bleef alleen zijn nageslacht over en hun nakomelingen. Er bleef niemand anders over van de kinderen van Adam behalve de nakomelingen van Noeh. Alle rassen zijn dus afkomstig van de drie zonen van Noeh. De uitleg hiervan is dat de gelovigen die met Noeh waren geen nakomelingen kregen behalve de zonen van Noeh.

Ibnoe cAbbaas zei: “Toen Noeh uit de ark kwam, stierven de mannen en vrouwen die met hem waren, met uitzondering van zijn zonen en diens vrouwen. Dit is het antwoord op de “zogenaamde tegenstrijdigheid” tussen dit vers en het vers in Soerat Hoed (vers 40). Dit is gebaseerd op het idee dat de vloed de algehele aarde bedekte en iedereen vernietigde behalve degenen die met Noeh op de ark waren.”

(at-Tahrier wat-Tanwier, boekdeel 23, blz. 47)

Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

(En als Leiding voor) de nakomelingen van degenen die Wij met Noeh (in de Ark) hebben gedragen. Waarlijk, hij was een dankbare dienaar.”

(Soerat al-Israa’: 3)

En (interpretatie van de betekenis):

“Zij zijn degenen die Allah heeft begunstigd van de Profeten onder de nakomelingen van Adam, en onder (de nakomelingen van) degenen die Wij met Noeh (in de Ark) hebben gedragen, en onder de nakomelingen van Ibraahiem en Israël (d.w.z. Yacqoeb) en onder degenen die Wij hebben geleid en hebben verkozen. Wanneer de Verzen van de Meest Barmhartige aan hen werden voorgedragen, wierpen zij zich knielend en huilend neer.”

(Soerat Maryam: 58)

Deze woorden geven niet aan dat de nakomelingen van de gelovigen die met de Profeet Noeh waren het hebben overleefd. Wat bedoeld wordt, is dat de nakomelingen van de zonen van de Profeet Noeh het hebben overleefd.

Al-cAllaamah al-Amien ash-Shanqietie zei: “Het vers (interpretatie van de betekenis): (En als Leiding voor) de nakomelingen van degenen die Wij met Noeh (in de Ark) hebben gedragen. Waarlijk, hij was een dankbare dienaar” geeft aan dat niemand van de nakomelingen van degenen die met Noeh waren op de ark het hebben overleefd. Met uitzondering van de nakomelingen van Noeh. Zoals vermeld staat in het vers (interpretatie van de betekenis) “En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden.”

(Adwa’ ul-Bayaan, boekdeel 3, blz. 13)

En Allah weet het het beste.

Islamqa.com