|
16:53
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:24
Middel 6
08:01
Middel 5
12:28
Middel 2
14:30
Middel 4
16:53
Middel 3
18:23
Alle gebedstijden
Vragen over privézaken

Vraag:

Velen stellen mij en mijn vrouw de volgende vragen: ‘Ben je in verwachting?’, ‘Heb je plannen?’, ‘Wanneer ben je uitgerekend?’ En zij stoppen niet met gissen en het stellen van dit soort vragen. Soms zelfs hardop in het openbaar. Dit brengt ons in zeer beschamende posities. Beiden zijn we nogal verlegen. Wij willen vragen of het toegestaan is voor mensen om te informeren over zulke persoonlijke zaken.

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Veel mensen gaan over de schreef in het spreken met anderen en nemen geen enkele goede manieren of bescheidenheid in acht. De reden hiervoor is onachtzaamheid en een gebrek aan interesse in het ontwikkelen van goede eigenschappen of goed gedrag. Dat behelst ook wat veel mensen doen aan het zich inlaten met datgene dat hen niet aangaat en het vragen over privé kwesties van mensen.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Een onderdeel van een persoon die een goede moslim is, is het laten van datgene dat hem niet aangaat.”

(at-Tirmidhie)

Ibn Radjab zegt in ‘Djaamiʿ ul-ʿOeloem wal-Hikam’: “Deze overlevering vertegenwoordigt een belangrijk beginsel van de etiquette. Imam Aboe ʿAmr ibn usSalaah overleverde dat Aboe Moehammad ibnoe abie Zayd, de imam van de Maalikies in zijn tijd, zei: “Alle goede manieren en etiquette zijn gebaseerd op vier overleveringen:

De woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, laat hem het goede spreken en anders zwijgen.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

De woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Een onderdeel van een persoon die een goede moslim is, is het laten van datgene dat hem niet aangaat.”

(at-Tirmidhie)

De woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Word niet boos.”

(al-Boekhaarie)

De woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “De gelovige houdt van datgene voor zijn broeder, waar hij voor zichzelf van houdt.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

De betekenis van deze overlevering is dat het behoort tot het zijn van een goede moslim zijn. Je onthoudt je van het inlaten met of zeggen van zaken die je niet aangaan. En je doet en zegt slechts datgene dat wat je aangaat en waarmee je te maken hebt. Wat vooral bedoeld wordt met het zich onthouden van datgene dat hem niet aangaat, is het waken over de tong tegen ijdel gepraat.

Al-Hasan (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Waarlijk, tot iemands goede Islam (geloof) behoort het weinig spreken over dat wat hem niet aangaat.”

(Ahmad)

ʿOmar ibn ʿAbdoel-ʿAziez (moge Allah genadig met hem zijn) heeft gezegd: “Degene die zijn woorden ziet als onderdeel van zijn daden spreekt weinig, behalve over dat wat hem aangaat. En het is alsof hij heeft gezegd dat veel mensen hun woorden niet als onderdeel van hun daden beschouwen. En dus zijn ze onachtzaam erover en letten ze niet op wat ze zeggen. Maar Allah heeft gezegd dat er niets goeds is in veel van waar de mensen onderling over spreken. Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“Er is geen goedheid (te vinden) in veel van hun heimelijke gesprekken, behalve (in de gesprekken van) degenen die anderen aansporen tot liefdadigheid, of (aansporen tot) het goede, of verzoening nastreven tussen de mensen.”

(Soerat an-Nisaa’: 114)

Oemmoe Habiebah (moge Allah tevreden met haar zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Alles wat de zoon van Adam zegt, wordt tegen hem gerekend en niet voor hem. Behalve het bevelen van het goede en het verbieden van het slechte en het gedenken van Allah, de Geprezene en Verhevene.”

(at-Tirmidhie en Ibn Maadjah;
Daʿief -zwak- verklaard door Sheikh al-Albaanie)

Sommige mensen verklaarden in de aanwezigheid van Imam Soefyaan ath-Thawrie dat zij deze overlevering vreemd vonden. Soefyaan zei: “Waarom vinden jullie dit vreemd? Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Er is geen goedheid (te vinden) in veel van hun heimelijke gesprekken, behalve (in de gesprekken van) degenen die anderen aansporen tot liefdadigheid, of (aansporen tot) het goede, of verzoening nastreven tussen de mensen.”

(Soerat an-Nisaa’: 114)

Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Eén van de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) kwam te overlijden. Een man zei hierop: “Blijde tijding aan hem van het Paradijs.” De Boodschapper van Allah zei: “Dat weet je niet. Wellicht heeft hij gesproken over wat hem niet aanging, of was hij gierig om iets wat hem niet aanging.”

(at-Tirmidhie)

Overleveringen met dezelfde strekking zijn verhaald met verschillende ketens van overleveraars vanaf de Profeet (vrede zij met hem). In sommigen daarvan is vermeld dat de man was komen te overlijden als martelaar.”

(Djaamiʿ ul-ʿOeloem wal-Hikam; boekdeel 1, blz. 114-116)

Al-Manaawie zegt in Fayd ul-Qadier: “Het is mogelijk dat het stellen van te veel vragen aan iemand over zijn situatie bedoeld wordt. Dit houdt ook het vragen in over datgene wat iemand niet aangaat. Dit kan leiden tot schaamte voor degene die wordt gevraagd, omdat hij er de voorkeur aan kan geven hem niet over zijn situatie te vertellen. En als hij het hem vertelt, dan kan hij erdoor van streek raken. Maar als hij tegen hem liegt of probeert indirect antwoord te geven, dan kan hij erdoor ontdaan zijn. En als hij zijn vraag negeert, dan zal dat behoren tot slecht gedrag.”

(Fayd ul-Qadier; boekdeel 7, blz. 3)

Er zijn overleveringen van sommige van de Salaf die wijzen op het volgende etiquette onderdeel.

ʿAmr ibn Qays al-Malaa’ie zegt: “Een man passeerde Loeqmaan en er waren enkele mensen met hem. Hij zei tegen hem: “Ben jij niet de slaaf van die-en-die stam?” Hij antwoordde: “Ja”. Hij vroeg: “Was jij niet gewoon bij berg die-en-die te verbouwen?” Hij antwoordde: “Ja.” Hij vroeg: “Hoe ben je hier terecht gekomen zoals ik je nu zie?” Hij antwoordde: “Door de waarheid te spreken en lange tijd te zwijgen over zaken die mij niet aangaan.”

Moewarriq al-cIdjlie zei: “Het is iets dat ik zoveel jaren heb gezocht, maar niet in staat was te doen. Maar ik zal nooit stoppen het te zoeken. Zij vroegen: “Wat is het?” Waarop ik antwoordde: “Afzien van datgene dat me niet aangaat.”

Beide overleveringen zijn verhaald door Ibn abied-Doenya.

Aboe ʿOebaydah heeft overgeleverd dat al-Hasan al-Basrie zei: “Eén van de tekenen dat Allah Zich van iemand heeft afgewend, is dat hij zich bezighoudt met dat wat hem niet aangaat. Als een Teken van Allah, de Geprezene en Verhevene, dat Hij hem aan zichzelf heeft overgelaten.”

Het bovenstaande toont hoe mensen deze belangrijke eigenschap en etiquette kunnen overnemen en hoe men met elkaar moet omgaan, conform de leiding van de Profeet en de deugdzamen.

Zie voor meer informatie over dit sublieme etiquette dat bij veel mensen ontbreekt, de uitleg van overlevering twaalf in Djaamiʿ ul-ʿOeloem wal-Hikam van Ibn Radjab al-Hanbalie (moge Allah genadig met hem zijn).

En Allah weet het het beste.

Islamqa.com