|
19:37
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:00
Middel 6
07:32
Middel 5
13:35
Middel 2
16:49
Middel 4
19:37
Middel 3
21:07
Alle gebedstijden
Voorwaarden van het offer (Oedhiyah)

Vraag:

Ik heb het voornemen om namens mijzelf en mijn kinderen te offeren. Zijn er specifieke eigenschappen die het dier moet hebben of is elk schaap correct om te slachten?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Er zijn zes voorwaarden waar een Oedhiyah aan moet voldoen;

1.     Het moet een dier zijn dat behoort tot al-Anʿaam (vee). Dit zijn: kamelen, rundvee, schapen en geiten. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voor iedere gemeenschap hebben Wij(het slachten van) offers vastgesteld, zodat zij de Naam van Allah zullen uitspreken over veedieren waarmee Hij hen heeft voorzien.”

(Soerat al-Haddj: 34)

‘Bahiemat ul-Anʿaam’ (veedieren) zijn kamelen, rundvee en schapen. Dit is wat bekend is onder de Arabieren. En dit was de mening van al-Hasan, Qataadah en anderen.

2.     Het dient de leeftijd die in de Islamitische Wetgeving bepaald is bereikt te hebben. Dit is zes maanden voor een schaap en de leeftijd waarop een dier als volwassen wordt beschouwd voor elk ander dier. De Profeet (vrede zij met hem) heeft namelijk gezegd: “Offer niets anders dan een volwassen dier, behalve als het moeilijk voor jullie is. Dan mogen jullie een lam van zes maanden (Djadhʿah) slachten.”

(Moeslim)

Een volwassen dier betekent dat het wordt beschouwd als volwassen. In het geval van kamelen betekent dat het vijf jaar oud moet zijn. Voor rundvee is dit twee jaar oud. En voor schapen is dit één jaar oud. De Djadhʿah is datgene dat een half jaar oud is. Het is dus niet correct om een kameel, koe of geit te offeren die de volwassenheid niet heeft bereikt, of een schaap jonger dan zes maanden.

3.     Het dient vrij te zijn van mankementen waardoor het ongeschikt wordt om te offeren. Dit zijn vier zaken:

1.     Een duidelijke tekortkoming in een oog. Zoals een oog dat is verzonken in de oogkas, uitsteekt als een knoop of wit en duidelijk gebrekkig is.

2.     Duidelijke ziekte, waarbij de symptomen duidelijk aanwezig zijn bij het dier. Zoals koorts die het weerhoudt van het grazen of de eetlust doet verliezen, schurft die duidelijk het vlees of gezondheid beïnvloedt, diepe wonden die de gezondheid beïnvloeden, etc.

3.     Duidelijke kreupelheid die voorkómt dat een dier normaal loopt.

4.     Vermagering die ervoor zorgt dat er geen beenmerg meer in de botten aanwezig is. Toen de Profeet (vrede zij met hem) werd gevraagd wat in de Oedhiyah vermeden dient te worden, gebaarde hij met zijn hand en zei: “Vier: een kreupel dier dat duidelijk mank is. Een éénogig dier waar het gebrek van duidelijk is. Een ziek dier waarbij de ziekte duidelijk is. Een mager dier dat niemand zou kiezen.”

(Maalik in al-Moewatta’ van de overlevering van al-Baraa’ ibn ʿAazib)

In een overlevering van hem (al-Baraa’ ibn ʿAazib) in as-Soenan zei hij: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) stond tussen ons op en zei: “Er zijn vier die niet toegestaan zijn te offeren.” En hij vermeldde iets soortgelijks.

(Sahieh verklaard door Sheikh al-Albaanie in Irwaa’ ul-Ghaliel)

Deze vier mankementen maken een dier ongeschikt om te offeren. Zij omvatten soortgelijke of ernstigere mankementen. Ook de volgende dieren zijn dus ongeschikt om te offeren. Een dier dat:

1.     in beide ogen blind is;

2.     meer heeft gegeten dan het kan verdragen, totdat het gevaar is geweken;

3.     moeilijkheden heeft ondervonden tijdens het baren, totdat het gevaar is geweken;

4.     lijdt aan iets dan het kan doen overlijden, zoals wurging of een val van grote hoogte, totdat het gevaar is geweken;

5.     niet kan lopen vanwege een mankement;

6.     waarbij één van zijn voor- of achterpoten is afgesneden.

Als deze worden toegevoegd aan de vier eerdere genoemde mankementen, dan komt het aantal van de dieren dat niet geofferd kunnen worden op tien, namelijk deze zes en de vier eerder genoemde.

4.     Het dier dient te behoren tot degene die het offert. Of diegene dient hiervoor toestemming te hebben op basis van de Islamitische Wetgeving of van de eigenaar. Het offer is niet geldig als het geslachte dier niet toebehoort aan de persoon die het offert, zoals iemand die het met geweld heeft genomen, heeft gestolen, of heeft op basis van valsheden heeft toegeëigend, etc. Dit omdat het niet toegestaan is om toenadering tot Allah te zoeken middels zonden. Een offer van het bezit van een wees door de voogd is geldig als dit een gewoonte is en hij zich anders verdrietig voelt over het niet offeren.

Een offer door een voogd dat bezit is van een persoon onder zijn voogdij is geldig als dit met toestemming wordt gedaan.

5.     Niemand anders dient recht te hebben op het geofferde dier. Het offeren van een dier dat als onderpand wordt gehouden is niet geldig.

6.     Het dient geslacht te worden in de tijd die door de Islamitische Wetgeving is bepaald. Dat is na het cIed-gebed op de Dag van het Offer tot zonsondergang op de laatste dag van at-Tashrieq. Dit is de 13e dag van Dhoel-Hiddjah. Er zijn dus vier dagen dat er geofferd kan worden; Op de dag van ʿIed na het gebed en de drie daaropvolgende dagen. Degene die offert voor het ʿIed-gebed voorbij is of na zonsondergang op de dertiende dag van Dhoel-Hiddjah, zijn offer is niet geldig (dit is volgens de Hanbalie- en Shaafiʿie -wetschool, Binnen de Maalikie-wetschool is het alleen 2 dagen na ʿied ).

Al-Boekhaarie heeft van al-Baraa’ ibn ʿAazib verhaald dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie (zijn offer) slacht vóór het (ʿIed-)gebed; dit is dan slechts vlees dat hij naar zijn familie brengt. Het is niet het offer.”

(al-Boekhaarie)

Ook is overgeleverd dat Djoendoeb ibn Soefyaan al-Badjalie heeft gezegd: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: “Degene die het offer vóór het (ʿIed-)gebed slacht, laat hij het vervangen met een ander (offer).”

(al-Boekhaarie)

Ook is overgeleverd dat Noebayshah al-Hadhalie heeft gezegd: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “De dagen van at-Tashrieq zijn de dagen van eten, drinken en het gedenken van Allah.”

(Moeslim)

Maar als hij een excuus heeft om het uit te stellen tot na de dagen van Tashrieq, dan is er niets mis met het slachten na de bepaalde tijd. Bijvoorbeeld als, zonder onachtzaamheid van zijn kant, het dier is weggelopen en hij het niet kon vinden totdat de tijd voorbij is of als hij iemand heeft aangesteld om het te offeren maar die het is vergeten. De analogie hiervoor is zoals degene die slaapt en het gebed mist of het vergeet. Diegene dient het te verrichten als hij wakker wordt of zodra hij het zich herinnert.

Het is toegestaan de Oedhiyah op elk tijdstip te verrichten gedurende de nacht en dag. Maar het is beter om het gedurende de dag te slachten. En zo is het ook beter om het op de dag van al-cIed na de twee preken te slachten. Elke dag is beter dan die daarop volgt, omdat dit het haasten in het goede is.

Islamqa.com