Vraag & Antwoord

Veertig gebeden in de moskee van de Profeet?
14 februari 2010
Vraag:
 
Iemand heeft mij gezegd dat degene die veertig gebeden verricht in de moskee van de Profeet (vrede zij met hem) gevrijwaard wordt van hypocrisie. Hoe zit het met deze overlevering?
 
Antwoord:
 
Alle lof zij Allah.
 
Deze overlevering is door imam Ahmad verhaald op gezag van Anas ibn Maalik. Hierin staat dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie veertig gebeden verricht in mijn moskee – zonder een gebed te missen – het zal voor hem aanleiding zijn gevrijwaard te worden van het Vuur. Hij zal gevrijwaard worden van bestraffing en hypocrisie.”
 
Deze overlevering is echter zwak. Sheikh al-Albaani zegt in ‘as-Silsilat ud-Daciefah’: “Deze overlevering is zwak.” Ook zegt hij hierover in ‘Dacief ut-Targhieb’: “Het betreft hier een Moenkar (verwerpelijke) overlevering.”
 
Verder zegt al-Albaani in zijn boek ‘Hoedjjat un-Nabi’: “Het behoort tot de religieuze innovaties die betrekking hebben op Medina dat een bezoeker zich voorhoudt dat het verblijven in de moskee van de Profeet (vrede zij met hem) voor de duur van een week om aldaar veertig gebeden te verrichten, een vrijwaring is van hypocrisie en het Vuur.”
 
Sheikh ibn Baaz zegt: “Het wijdverspreide idee dat de bezoeker acht dagen moet verblijven in Medina, zodat hij veertig gebeden kan verrichten in de moskee, is fout. Wat betreft de overlevering waarin staat: “Voor degene die veertig gebeden hierin verricht, heeft Allah bepaald dat hij veilig blijft voor het Vuur en gevrijwaard wordt van hypocrisie”,de geleerden hebben deze overlevering als zwak verklaard. Deze kan dus niet als argument gebruikt worden. Er kan dus niet gesproken worden van een vastgestelde periode die geldt voor het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem). Als een persoon een bezoek brengt aan de moskee voor twee uur, twee dagen of meer dan dat, dan is daar niets op tegen.
(Fataawaa ibn Baaz boekdeel 17, blz. 406)
 
Beter is het juist om te kijken naar de correcte overleveringen die verhaald zijn door at-Tirmidhi over het belang van het altijd meemaken van Takbierat ul-Ihraam (openingstakbier) bij het gezamenlijke gebed. Anas ibn Maalik verhaalt dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie veertig dagen het gezamenlijke gebed verricht en altijd aanwezig is bij de eerste Takbier; het zal voor hem genoteerd worden als vrijwaring voor twee zaken: het Vuur en hypocrisie.”
(Hasan verklaard door Sheikh al-Albaani in Sahieh at-Tirmidhi)
 
De beloning die gepaard gaat met deze zaak die in de overlevering ter sprake komt, is algemeen van aard. Deze is van toepassing op elke moskee waar het gezamenlijke gebed wordt verricht, ongeacht het land. Dit geldt dus niet alleen voor Masdjid al-Haraam (in Mekka) of Masdjid an-Nabawi (in Medina).
 
Op basis van het voorgaande kan gezegd worden: Wie veertig dagen achtereenvolgend het gezamenlijke gebed verricht en aanwezig is bij de openingstakbier; diegene zal in aanmerking komen voor bescherming tegen twee zaken: het Vuur en hypocrisie. Hierbij maakt het niet uit om welke moskee het gaat.
 
En Allah weet het best.
 
www.islamqa.com


Doorsturen

|


Print

|

3692 keer gelezen

|