Vraag & Antwoord

Smeekbeden voor een pasgeborene
14 juni 2014

Vraag:

Ik verrichtte smeekbeden voor een pasgeboren kind en zei: “Moge Allah haar rechtschapen laten zijn, haar op een goede manier laten opgroeien en haar vriendelijk laten zijn tegenover haar ouders.” Is er iets mis met deze smeekbede?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Er is niets mis met het verrichten van een smeekbede voor een pasgeboren kind door het zeggen van: “Moge Allah haar rechtschapen laten zijn, haar op een goede manier laten opgroeien en haar vriendelijk laten zijn tegenover haar ouders.” Het gebruiken van de tegenwoordige tijd (in het oorspronkelijke Arabisch) in deze zinnen verwijst naar de toekomst, in de zin dat wanneer zij opgroeit en de leeftijd van volwassenheid bereikt, zij dan het pad van rechtschapenheid bewandelt en anderen hiernaar leidt, en dat ze goed is voor haar ouders. Zoals Ibn ul-Warraaq zei in zijn boek cIlal un-Nahw (boekdeel 1, blz. 563): “De tegenwoordige tijd kan verwijzen naar twee tijden (d.w.z. het heden en de toekomst).” En az-Zamakhsharie zei: “Het kan verwijzen naar het heden en de toekomst.”

(al-Moefassal fi Sancat il-Icraab, blz. 321)

Bovendien is er in de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) geen specifieke vorm van smeekbede te vinden waarmee je iemand feliciteert bij de geboorte van een kind. Er is juist een overlevering van cAli ibn ul-Djacd verhaald waarin hij zei: “Al-Haytham ibnoe Djimaaz vertelde mij dat een man in de aanwezigheid van al-Hasan zei: “Felicitatie aan de ruiter.” Al-Hasan zei: “Wat betekent felicitatie aan de ruiter? Wellicht zal hij koeien en ezels (geen paarden) bezitten! Zeg liever: Moge jij dankbaar zijn tegenover de Schenker. Moge dat wat Hij jou gegeven heeft gezegend zijn, moge hij (de pasgeborene) de volwassenheid bereiken en moge hij vriendelijk voor je zijn.”

(al-Moesnad, blz. 488)

De keten van deze overlevering is zwak (Dacief) vanwege al-Haytham ibnoe Djimaaz. Het is als Dacief geclassificeerd door Yahya ibn Macien. Ahmad ibn Hanbal zei: “Hij werd verworpen door de geleerden.” An-Nasaa’ie zei: Hij is Matroek (verworpen).”

(Lisaan ul-Miezaan, boekdeel 8, blz. 352)

Er is echter een ondersteunende overlevering – die ook enigszins zwak is – die overgeleverd is door Ibn cAsaakir via Moecaawiyah ibn Moehammad al-Adhrie, op grond van wat Ahmad ibn Ibraahiem ibn Bakaar al-Qoerashie tegen hen zei: “Sacied ibn Nasier vertelde ons; Kathier ibn Hishaam vertelde ons; Kalthoem ibn Djawshan vertelde ons: “Een man kwam naar al-Hasan… En hij verhaalde de overlevering.”

(Tariekh Dimashq, boekdeel 59, blz. 276)

Het basisprincipe met betrekking tot de bewoording van de smeekbede, buiten de voorgeschreven daden van aanbidding, is dat er geen beperkingen zijn. En degene die de smeekbede verricht mag kiezen welke smeekbede hij wil en wat het beste past bij zijn doel. De geleerden beschouwden het als aanbevolen om de bewoording van al-Hasan te gebruiken, zoals genoemd door Imam an-Nawawie in al-Madjmoec(boekdeel 8, blz. 443) en in al-Adhkaar (blz. 289), en door Ibnoe Qoedaamah in al-Moeghnie (boekdeel 9, blz. 464).

Zij beschouwden het ook als aanbevolen om smeekbeden te verrichten in de woorden die zijn overgeleverd door Ayyoeb as-Sakhtiyaanie. Toen hij zijn felicitaties uitte bij de geboorte van een baby, zei hij: “Moge Allah hem een zegen voor jou laten zijn en voor de Oemmah van Mohammed.”

(Ibn Abicd ad-Doenya, al-cIyaal, nr. 202)

Hij zei: “Khaalid ibn Khaddaash vertelde ons: “Hammaad ibn Zayd vertelde ons: “Ayyoeb was gewoon om…” En hij verhaalde de overlevering. Het is ook overgeleverd door at-Tabaraanie in ad-Doecaa’ (boekdeel 1, blz. 294)

Dit is ook overgeleverd door al-Hasan al-Basrie met een goede (Hasan) keten, die overgeleverd is door at-Tabaraanie in ad-Doecaa’ (blz. 1243). De keten is geclassificeerd als Hasan door de commentator van het boek, dr. Moehammad al-Boekhaarie.

At-Tabaraanie zei: “Yahya ibn cOethmaan ibn Saalih vertelde ons; cAamir ibn ur-Rabiecibn Taariq vertelde ons; as-Sirri ibn Yahya vertelde ons: “Een man die gewoon was om met al-Hasan te zitten, kreeg een zoon, en een andere man feliciteerde hem door te zeggen: “Felicitatie aan de ruiter.” Al-Hasan zei: “Hoe weet je dat hij een ruiter zal zijn? Misschien zal hij een timmerman zijn, misschien zal hij een kleermaker zijn.” Hij zei: “Wat moet ik dan zeggen?” Hij zei: “Moge Allah hem een zegen voor jou laten zijn en voor de Oemmah van Mohammed (vrede zij met hem).”

Moge Allah, de Verhevene, alle kinderen van de moslims een zegening laten zijn voor hun ouders en voor de Oemmah van Mohammed (vrede zij met hem).

En Allah weet het het beste.

Islamqa.com


Doorsturen

|


Print

|

7521 keer gelezen

|