Vraag & Antwoord

Niet behouden van Thora en Bijbel
25 december 2013

Vraag:

Waarom heeft Allah het toegelaten dat het Evangelie vervalst werd, terwijl Hij bij machte was om het te behouden? En wat zijn de leringen die de moslims volgden vóór de komst van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem)?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Ten eerste: Allah, de Verhevene, heeft het behoud van de Thora en het Evangelie overgelaten aan de toenmalige geleerden en monniken. Dit op grond van bewijs van het vers (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, Wij hebben de Thora neergezonden met daarin Leiding en Licht. De Profeten, die zich (aan Allah) overgegeven hadden, oordeelden ermee over de joden. En de rabbijnen en de schriftgeleerden (oordeelden ook), met behulp van hetgeen hun van de Schrift van Allah was toevertrouwd en zij waren daar getuigen van…”

(Soerat al-Maa’idah: 44)

Allah, de Verhevene, stond niet in dat ze behouden zouden blijven zoals Hij heeft ingestaan voor het behouden van de Koran. Hier is een aantal redenen voor:

1.     Allah wilde dat de Koran het eeuwige Boek en de Wetgeving zou blijven welke nageleefd zou worden tot de Dag der Opstanding. Hij, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“En Wij hebben aan jou het Boek (de Koran) met de Waarheid neergezonden, ter bevestiging van de Schrift die eraan vooraf ging en ter bescherming…”

(Soerat al-Maa’idah: 48)

Er was geen noodzaak dat de vorige boeken bewaard zouden blijven, vooral omdat de tijd van de Koran dichtbij het tijdstip van de Bijbel lag. Er zat namelijk maar zeshonderd jaar tussen.

2.     Dat het een test was voor degenen die het Boek hadden gekregen. Zouden zij hun taak in het behoud van het Schrift verspelen? Zouden ze erin geloven? Zouden zij de Boodschapper, de ongeletterde Profeet, die in de Thora en de Bijbel genoemd wordt volgen? Of zouden ze volharden in hun koppigheid en verdraaien, verbergen en vervalsen?

3.     Dit was tevens een test voor alle aanhangers van het Christendom tot aan de Dag der Opstanding. Zij kunnen zien dat het Boek waarin zij geloven niet vrij is van vervormingen, twijfels en verlies. Ook kunnen zij aanschouwen dat het Boek van de laatste Boodschapper Mohammed (vrede zij met hem) bewaard is gebleven en overal verspreid is, in zoverre dat niemand de authenticiteit ervan kan betwijfelen. En dat roept hen op om te geloven in het duidelijke Boek, de Edele Koran.

Ten tweede: Tijdens de Djaahiliyyah (het pre-islamitische tijdperk), vóór de komst van de Profeet (vrede zij met hem), waren de mensen polytheïsten en idool-aanhangers. De meesten van hen hadden geen echte godsdienst of fatsoenlijke wetten, met uitzondering van enkelen die de weg van de Messias (cIesa) volgden, zoals Waraqah ibnoe Nawfal, en een aantal Haniefiyyah dat de religie van Ibraahiem volgde.

Deze enkele mensen vermeden Shirk, afgoden, alcohol en immoraliteit, en prosterneerden zich enkel en alleen voor Allah, de Heer der Werelden. Zoals Zayd ibn cAmr ibn Noefayl, over wie is verhaald dat hij zei: “Ik zal niet eten van wat u slacht op uw stenen altaren, en ik zal niets eten, behalve dat waarover de Naam van Allah is genoemd.”

(al-Boekhaarie)

Ook was hij gewoon te zeggen: “O Qoeraysh, bij Allah, er is niemand onder jullie die de religie van Ibraahiem volgt, behalve ik.” Hij probeerde de mensen te stoppen die hun dochters levend begroeven, en hij zou zeggen tegen een man die zijn dochter wilde vermoorden: “Dood haar niet, ik zal haar financieel bijstaan.” En hij zou haar dan meenemen, en wanneer ze groot was zou hij tegen haar vader zeggen: “Als u wilt, zal ik haar teruggeven, en als u wilt, zal ik haar financieel bijstaan.”

(al-Boekhaarie)

En Allah weet het het beste.

Islamqa.com


Doorsturen

|


Print

|

3652 keer gelezen

|