Vraag & Antwoord

Mag je jonge, spelende kinderen meenemen naar de moskee?
12 augustus 2007

Vraag:

Een aantal mensen neemt hun kinderen, die de leeftijd des onderscheids nog niet hebben bereikt, mee naar de moskee. Deze kinderen sluiten zich aan bij de biddende mensen en verrichten het gebed niet naar behoren. Een aantal van hen speelt zelfs en stoort degenen om zich heen. Wat is het oordeel hierover en wat adviseert u de voogden van deze kinderen?

Antwoord:

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met de Profeet, zijn familie en zijn metgezellen.

Mijns inziens is het niet toegestaan kinderen die de biddende mensen storen mee te nemen naar de moskee, want hiermee bezorgt men last aan de moslims die één van de verplichtingen van Allah aan het verrichten zijn. Zo hoorde de Profeet (vrede zij met hem) een aantal van zijn metgezellen luidruchtig reciteren tijdens het gebed, waarop hij zei: “Wees tijdens de recitatie niet luidruchtig ten opzichte van elkaar.”

(Maalik, Ahmad, an-Nasaai en al-Bayhaqi)

In een andere overlevering zegt de Profeet (vrede zij met hem): “Bezorgt elkaar geen last.”

Mijn advies aan de voogden van de kinderen is om hen niet naar de moskee te brengen en dat zij zich laten leiden door datgene waar de Profeet (vrede zij met hem) op heeft gewezen, zeggende: “Draagt jullie kinderen op tot het gebed op hun zevende en tucht hen op hun tiende (indien zij het gebed dan niet verrichten) en scheidt hun slaapplaatsen van elkaar.”

(Aboe Daawoed en authentiek verklaard door al-Albaani)

Daarnaast richt ik mijn advies tot de moskeebezoekers dat zij zich ruimhartig moeten opstellen ten opzichte van de kinderen voor wie het voorgeschreven is de moskee te betreden. Ook dienen zij de kinderen niet hardhandig te behandelen en niet van hun plaatsen te verwijderen waar zij staan. Het is zo dat wie eerder over iets beschikt, meer recht daarop heeft, of het nu een kind of een volwassene betreft. Het verwijderen van de kinderen van hun plaatsen kent de volgende nadelige consequenties:
  1. Het schenden van hun recht, want wie eerder dan een ander over iets beschikt, heeft hier meer recht op.
  1. Het demotiveert de kinderen om naar de moskee te komen.
  1. Het kind zal daardoor haat- en wrokgevoelens dragen jegens diegene die hem van zijn plaats heeft verwijderd.
  1. Het zorgt ervoor dat de kinderen gaan samenscholen en zich gaan bezighouden met spel en gemorrel wat storend werkt voor de overige moskeebezoekers. Dit zou voorkomen worden als zij tussen de volwassenen in de gebedsrijen worden geplaatst.

Wat betreft de uitspraak van sommige geleerden dat een kind van zijn plaats verwijderd mag worden en naar de allerlaatste gebedsrij wordt doorverwezen, dit is een minder aannemelijke uitspraak die ondergeschikt is aan een andere uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem).

Waar de eerstgenoemde geleerden zich op berusten, is de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Laat de bezitters van verstand en rede vlak achter mij (in het gebed) staan.”

(Moeslim)

De geleerden die daarentegen de andere mening aanhouden, beroepen zich op de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Wie eerder dan een ander iets bemachtigt, heeft daar meer recht op.”

(Aboe Daawoed, at-Tabaraani, al-Bayhaqi, ad-Diyyaa’ al-Maqdisi en goed bevonden door al-Haafidh ibnoe Hadjar)

Met de eerste overlevering wordt bedoeld dat de bezitters van verstand en rede aangespoord worden zich vooraan in het gebed te voegen, zodat zij voor de Profeet (vrede zij met hem) in kunnen vallen als dat nodig is. Dit omdat de bezitters van verstand de Islamitische zaken eerder dan de kinderen begrijpen en zij eveneens capabeler zijn in het zich bewust maken van datgene wat zij van de Profeet (vrede zij met hem) hebben gezien of gehoord. De Profeet (vrede zij met hem) heeft dus niet gezegd: “Laat uitsluitend de bezitters van verstand en rede vlak achter mij (in het gebed) staan.” Als hij dit daadwerkelijk had gezegd dan was de uitspraak dat de kinderen van hun plaatsen in de voorste gebedsrijen verwijderd dienen worden, correct. Echter, de aard van deze overlevering geeft aan dat de Profeet (vrede zij met hem) de bezitters van verstand aanzet om zich vooraan in het gebed te voegen, zodat zij vlak achter hem kunnen staan. Meer niet.

Sheich Ibn-cOethaymien

Fataawaa cOelamaa-il baladil-Haraam: blz.709


Doorsturen

|


Print

|

9808 keer gelezen

|