Nieuws

Een repliek op Koopmans’ interview
5 januari 2017

Ruud Koopmans, een vooraanstaand en internationaal gerenommeerd socioloog, werd door het AD geïnterviewd. Het brede publiek kent hem waarschijnlijk vanwege zijn onderzoek onder moslims naar fundamentalisme en vijandigheid tegenover groepen. Dat onderzoek laat volgens Koopmans zien dat een grote meerderheid van Europese moslims opvattingen zou koesteren die haaks staan op wat hij belangrijke waarden in de Westerse samenleving noemt. Zo zou uit zijn onderzoek blijken dat een groot deel van de moslims zich schaart achter het geloof dat de Koran door God geopenbaard is en de Koran verkiest boven de grondwet.

De vijandigheid van moslims ten opzichte van andere groepen zou groter zijn dan bij christenen. En de religiositeit van moslims lijkt hoger te liggen dan bij andere groepen. Religiositeit is, volgens Koopmans, an sich niet of slechts zeer zwak gerelateerd aan vijandschap ten opzichte van andere groepen, maar hangt wel sterk samen met een hoog niveau van fundamentalisme.

Uit ander surveyonderzoek, onder andere van het SCP, blijkt dat de religiositeit onder moslims inderdaad hoog is. Althans in ieder geval identificeren veel mensen met een moslimachtergrond zich sterk met de Islam.

Onderzoek laat zien dat voor veel moslims de Koran inderdaad het woord van God is. Of dat ook per se betekent dat de Koran boven de grondwet staat voor hen is niet helemaal helder, maar is ook weer geen verrassende bevinding. Het hoeft in elk geval niet te betekenen dat ze vinden dat ze zich niet aan de (grond)wet hoeven te houden. Wat etnografisch onderzoek namelijk laat zien is dat zo’n opvatting over de Koran en God nog niet betekent dat mensen niet willen of kunnen participeren in de samenleving. Integendeel, religiositeit lijkt vaak een positieve factor te zijn wanneer het gaat om burgerschap en sociale betrokkenheid. Voor veel gelovigen is hun relatie met de Koran en God zeer persoonlijk en individueel.

Dat geldt ook voor degenen die Koopmans zou kwalificeren als fundamentalistisch: velen van hen werken, gaan naar school, hebben goede relaties met collega’s, buren, leerkrachten, enzovoorts. Dat wil niet zeggen dat er geen sprake is van mogelijke conflicten of spanningen, maar veel moslims, anticiperen al op mogelijke reacties van niet-moslims en passen hun gedrag en uiterlijk daaropaan.

De Islam en het westen

Koopmans opvattingen staan of vallen met de tegenstelling die hij maakt tussen islam en het Westen. Zoals gebruikelijk maakt hij een onderscheid tussen islam en radicale islam en stelt hij dat bijna de helft van de miljard moslims die radicale islam aanhangen. Het is onduidelijk waar hij dat op baseert. Koopmans schept dus enerzijds een (inconsistent) doembeeld van Islam: “die hardere cultuur”. Aan de andere kant schept hij een ideaalbeeld van het Westen: “onze ‘zachte’ samenlevingen”.

Zelfreflectie en mobilisatie

Na iedere aanslag door IS of Al Qaeda zijn er talloze moslimorganisaties die daar afstand van nemen. Er zijn lange lijsten van islamitische gezaghebbers die 9/11 hebben veroordeeld, talloze islamitische organisaties en individuele moslims zijn betrokken bij anti-radicaliseringsprogramma’s. En er zijn diverse (inderdaad kleine) demonstraties geweest en, niet te vergeten, het grootste deel van de slachtoffers van de oorlog in Syrië is moslim en het grootste deel van de strijders tegen IS en Al Qaeda heeft die achtergrond ook. Dat maakt de zoveelste professor die Oost-Indisch doof is voor verklaringen en protest vanuit moslimgemeenschappen wel een beetje problematisch en doorzichtig.

Opvallend is het verwijt van Koopmans aan de ‘radicalen’ dat zij naar de rechter stappen als ze hun zin niet krijgen. Enerzijds moeten we volgens hem duidelijker definiëren wat de kern van de rechtsstaat is (daar zijn overigens de nodige meningsverschillen over), maar als radicalen precies doen wat binnen de grenzen van de rechtsstaat ligt en naar de rechter stappen, is dat een probleem. Wees blij zou ik zeggen.

Dreigingspotentieel

Volgens Koopmans zijn er 50 miljoen moslims die geweld willen gebruiken om de islam te verdedigen. Het is niet duidelijk aan welk onderzoek hij dat ontleent. In het geval van Nederland had hij het eerder over 100.000, een cijfer dat is gebaseerd op een wel heel twijfelachtige interpretatie van onderzoek van Tillie, Roex en Van Stiphout. Vraag is ook hoe deze cijfers zich verhouden tot niet-moslims die zich willen verdedigen tegen Islam of andere dreigingen. Daarbij is stellen dat je geweld goedkeurt, is nog iets anders dan daadwerkelijk overgaan tot geweld. Zo blijkt dat een kwart van de PVV-stemmers geweld acceptabel vindt. Er is maar een heel klein deel dat daadwerkelijk geweld gebruikt.

Islamisering

Volgens Koopmans is een zoon van hem afgewezen bij een artsenpraktijk in Kreuzberg omdat een groot aantal islamitische patiënten bezwaar zou hebben tegen jonge mannelijke stagiaires. Een vriend van hem is hetzelfde overkomen. Dat is bewijs ergens voor, zij het anekdotisch bewijs. Maar hoe is het een bewijs van islamisering? Alleen omdat het gaat om islamitische patiënten die bezwaar maken? Het lijkt er hier eerder op dat Koopmans zijn interpretatie van islam projecteert op mensen die (volgens wie eigenlijk?) een islamitische achtergrond hebben en alles wat toegeeft aan moslims een vorm van islamisering noemt. Een opvallend punt: hoe meer moslims zich voegen in het bestaande systeem en daar net als ieder ander gebruik van maken, hoe groter het probleem wordt in de ogen van anti-islamiseringsactivisten.

Tot slot

Hoe Koopmans vanuit zijn eigen onderzoek (of enig ander) komt op 50 miljoen moslims die bereid zijn om geweld te gebruiken, is onduidelijk. Hoe hij van daaruit komt op zijn stelling dat het Westen zich weerbaarder moet opstellen, is eveneens onduidelijk. En weerbaar waartegen? Tegen dat geweld? Tegen de bereidheid tot geweld? Tegen islamisering? Het blijft gissen.

Bron: Martijn de Koning Religionresearch.org

Team al-Yaqeen
5 januari 2017


Doorsturen

|


Print

|

627 keer gelezen

|