|
20:28
Den Haag | cIshaa
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:20
Middel 6
08:12
Middel 5
13:35
Middel 2
16:10
Middel 4
18:43
Middel 3
20:28
Alle gebedstijden
De Adhaan

Het oordeel over de adhaan

De adhaan luidt het gebed in op een specifieke wijze. De adhaan is verplicht. Maalik bin Hoewayrith overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Als de tijd voor het gebed is aangebroken, laat één van jullie dan de adhaan verrichten en de oudste van jullie voorgaan in het gebed.” 

       (al-Boechari en Moeslim)

De Profeet (vrede zij met hem) beval hem (Maalik ibnoe Hoewayrith) de adhaan te verrichten, en zoals bekend is het verplicht om het bevel van de Profeet (vrede zij met hem) te gehoorzamen.

Anas overlevert dat als de Profeet (vrede zij met hem) samen met ons een stam aanviel, hij altijd wachtte totdat het ochtend werd en keek of hij de adhaan hoorde. Als hij deze hoorde liet hij hen met rust en als hij geen adhaan hoorde, dan viel hij hen aan.        

(al-Boechari en Moeslim)

Het voordeel van de adhaan

Moecaawiyah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Voorwaar de oproepers tot het gebed beschikken op de Dag des Oordeels over de langste nekken.”                            

(Moeslim)

Al-Maazini overlevert op gezag van zijn vader die op zijn beurt overlevert dat Aboe Sacied al-Khoedriy tegen hem zei: “Ik zie dat jij van schapen en het platteland houdt? Als jij je tussen jouw schapen of op jouw platteland bevind en je verricht de adhaan, verhef je stem dan. Want ieder mens, djinn of iets anders die een persoon de adhaan hoort verrichten, zal voor hem getuigen op de Dag der Opstanding.”                                                                        

(al-Boechari)

De manier waarop de adhaan wordt verricht

cAbd Allah ibnoe Zaid ibnoe cAbdoe Rabbih overlevert: “Toen de Profeet (vrede zij met hem) overeenstemming bereikte over het luiden van de bel terwijl hij daar niet blij mee was aangezien dit gelijkenis vertoont met de christenen, zocht iemand mij (in mijn droom) op terwijl ik sliep. Het was een man die twee groene kledingstukken droeg en een bel in zijn hand vasthield. Ik vroeg hem: “O dienaar van Allah! Wil je mij de bel verkopen?” Hij antwoordde: “Wat moet jij ermee?” Ik zei: “Er mee oproepen tot het gebed.” Hij zei: “Zal ik je naar iets beters leiden?” Ik zei: “Jazeker!” Hij zei: “Je zegt: ,,Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah, ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah. Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah, ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah. Hajja calaa salaah, hajja calaa salaah. Hajja calal falaah, hajja calal falaah. Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Laa ilaaha ill-Allah.”Hij (cAbd Allah) zei: “Daarna stapte hij een stukje naar achter en zei: “Vervolgens zeg je tijdens de iqaamah: ,,Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah, Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah. Hajja calaa salaah. Hajja calal falaah. Qad qaamatis salaah, qad qaamatis salaah. Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Laa ilaaha ill-Allah.”Hij (cAbd Allah) zei: “Toen ik opstond, ging ik naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en vertelde hem wat ik in mijn droom zag. Waarna hij zei: “Deze visioen is waarheid met de wil Allah.” Daarna beval hij dat de adhaan verricht werd. En Bilaal, de vrijgelaten slaaf van Aboe Bakr, was degene die (als eerste) de adhaan op die wijze verrichtte.”     

                                                                                      (Sahih Soenan Abi Daawoed)

De aanbevelingswaardigheid van het in één keer zeggen van de beide takbierah

cOmar ibn al-Khattaab overlevert: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ,,Als de oproeper tot het gebed zegt: ,,Allaahoe akbar, Allaahoe akbar”, en één van jullie zegt: ,,Allaahoe akbar, Allaahoe akbar” en hij (de oproeper tot het gebed) vervolgens zegt: ,,Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah”, en hij (degene die de oproep tot het gebed hoort) dan zegt: ,,Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah” zie overlevering.                                                                                

(Moeslim)

Hieruit kunnen wij opmaken dat de oproeper tot het gebed de beide takbierah in één keer zegt zonder hier tussenin te stoppen. Degene die de oproep tot het gebed hoort dient dit op dezelfde wijze na te volgen.

De aanbevelingswaardigheid van at-Tardjiec

At-Tardjiec is het tweemaal hardop lezen van de getuigenis nadat deze tweemaal zacht is gelezen. Aboe Mahdhoerah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) hem de volgende adhaan leerde: “Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Ashhadoe an laa ilaaha illAllah, Ashhadoe an laa ilaaha illAllah. Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah, Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah.” Waarna hij nogmaals zegt: “Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah, Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah. Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah, Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah.” (Verder zegt hij): “Hajja cala salaah” tweemaal, “Hajja calal falaah” tweemaal. (En tenslotte) Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah.                   

(Moeslim)

Het zeggen van ‘as-salaatoe ghayroen min an-nawm’ tijdens de eerste adhaan van het ochtendgebed

Aboe Mahdhoerah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) hem de adhaan leerde, waaronder (het volgende); Hajja calal falaah, Hajja calal falaah. As-salatoe ghayroen min an-nawm, as-salaatoe ghayroen min an-nawm (het gebed is beter dan het slapen) tijdens de eerste adhaan van het ochttendgebed.  (En verder) Allaahoe akbar, Allaahoe akbar. Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah.                                                                                                                 

(Sahih an-Nisaa’i)

Imam Sancaani zegt in zijn boek Soeboel as-Salaam dat Ibn Raslan zegt dat het toegestaan is om ‘as-salaatoe ghayroen min an-nawm’ te zeggen in de eerste oproep tot het ochtendgebed, want dit heeft als doel de slapende mensen wakker te maken. Wat de tweede oproep echter betreft, dit heeft als doel het gebed in te luiden en de mensen op te roepen tot het gebed.

De aanbevelingswaardigheid van het verrichten van de adhaan bij het aanbreken van de gebedstijd, en het eerder verrichten ervan bij het ochtendgebed

Djaabir ibnoe Samoerah overlevert: “Bilaal verrichtte de adhaan wanneer de zon haar hoogste stand verliet. Hij verrichte de iqaamah vervolgens niet totdat de Profeet (vrede zij met hem) naar buiten kwam. Hij deed dan ook pas de iqaamah op het moment dat hij hem zag."

(Moeslim)

Ibn cOmar overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk, Bilaal verricht de adhaan ’s nachts. Eet en drinkt dus totdat Ibnoe Oem Maktoem de (tweede) adhaan (voor het ochtendgebed) verricht.”                                                                              

(al-Boechari en Moeslim)

De Profeet (vrede zij met hem) heeft ons geleerd wat de wijsheid is achter het eerder verrichten van de adhaan vóór het ochtendgebed, hij (vrede zij met hem) zei: “Laat de (eerste) adhaan van Bilaal jullie niet weerhouden van het nuttigen van jullie Soehoer (de maaltijd van de vastende voor het aanbreken van de dageraad). Waarlijk, hij verricht de adhaan -of hij zei: “Hij kondigt (de adhaan) aan”- ’s nachts, zodat degene die het nachtgebed aan het verrichten is, terugkeert[1] en om degene die slaapt te waarschuwen.”                                                         

(al-Boechari en Moeslim)

Wat er wordt gezegd tijdens het horen van de adhaan

Het is aanbevolen de Moe’addhin na te zeggen bij het horen van de adhaan. Aboe Sacied overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Als jullie de oproep tot het gebed horen, zegt dan hetzelfde als datgene wat de moe’addhin zegt.”                                                           

(al-Boechari en Moeslim)

cOmar ibn al-Khattaab overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Als de moe’addhin ‘Allaahoe akbar, Allaahoe akbar’ zegt, en iemand van jullie ‘Allaahoe akbar, Allaahoe akbar’ nazegt, en hij (de moe’addhin) vervolgens ‘Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah’ zegt, waarop hij ‘Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah’ nazegt, en hij (de moe’addhin) vervolgens ‘Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah’ zegt, waarop hij ‘Ashhadoe anna Mohammadan rasoeloellah’ nazegt en hij (de moe’addhin) vervolgens ‘Hajja cala salaah’ zegt, waarop hij ‘Laa hawla wa laa qoewwata illa billah’ zegt en hij (de moe’addhin) vervolgens ‘Hajja calal falaah’ zegt waarop hij ‘Laa hawla wa laa qoewwata illa billah’ zegt en hij (de moe’adhin) vervolgens ‘Allaahoe akbar, Allaahoe akbar’ zegt, waarop hij ‘Allaahoe akbar, Allaahoe akbar’ zegt waarop hij (de moe’addhin) vervolgens ‘Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah’ zegt, waarop hij ‘Ashhadoe an laa ilaaha ill-Allah’ nazegt vanuit zijn hart, zal hij het Paradijs binnentreden.”

Als de moe’addhin klaar is met de adhaan, dan is het aanbevolen datgene te zeggen wat in de  volgende overlevering wordt genoemd. Djabier ibnoe cAbd Allah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Degene die na de oproep (tot het gebed) het volgende zegt: ,,Allaahoemma Rabba haadhihi d-dacwati taamah was salaatil qaa’imah aati Mohammadan al-Wasielati wal Fadielah wabcathhoe maqaaman mahmoedan alladhi wacadtah.” (O Allah, Heer van dit volledige oproep en het gebed dat zo gaat plaatsvinden, schenk Mohammed al-Wasielah –een hoogstaande plaats- en al-Fadielah –een verheven rang boven de rest van de schepselen- en breng hem in een verheven positie die U hem heeft beloofd.) maakt aanspraak op mijn bemiddeling op de Dag der Opstanding.”

(al-Boechari)

Opmerking

Het is aanbevolen voor de moslim om zijn smeekbeden te vermeerderen tussen de adhaan en de iqaamah, want de smeekbeden worden gedurende deze tijd verhoord. Anas overlevert: “De Profeet (vrede zij met hem) zei: ,,De smeekbede wordt niet geweigerd tussen de adhaan en de iqaamah.”                                                             

(Aboe Daawoed)

Handelingen die aanbevolen zijn voor de moe’addhin

Het is aanbevolen voor de moe’addhin om zich de volgende zaken eigen te maken:

1.       Dat hij met het verrichten van de adhaan het Aangezicht van Allah wenst

De moe’addhin moet niet iemand zijn die tegen betaling de adhaan verricht. cOthmaan ibnoe Aboel cAas overlevert: “Ik zei: ,,O Boodschapper van Allah, stel mij aan als imam van mijn stam. Hij (de Profeet (vrede zij met hem)) zei: ,,Jij zult hun imam zijn. Houdt rekening met de zwakkeren onder hen en stel een moe’addhin aan die geen beloning vraagt voor zijn adhaan.”    

(Aboe Daawoed)

2.       Dat hij gereinigd moet zijn van beide al-hadath

3.       Dat hij richting de qiblah staat

Ibnoe Moendhir zei: “Er bestaat consensus onder de geleerden dat het soennah is om staande de adhaan te verrichten, omdat de adhaan dan beter te horen is. Ook is het soennah om tijdens het verrichten van de adhaan richting de qiblah te staan, dit omdat de twee metgezellen die de adhaan verrichtten voor de Profeet (vrede zij met hem) dit altijd deden terwijl zij richting de qiblah stonden.

4.       Het draaien van het hoofd naar rechts bij het zeggen van ‘Hajja cala salaah’ en naar links bij het    zeggen van ‘Hajja calal falaah’

Aboe Djahiefah overlevert dat hij Bilaal de adhaan zag doen. Ik bleef naar zijn mond kijken terwijl hij zich (met zijn hoofd) van de ene naar de andere kant draaide.              

(al-Boechari en Moeslim)

5.       Dat hij zijn vingers in zijn oren plaatst

Aboe Djahiefah overlevert: “Ik zag Bilaal de adhaan verrichten terwijl hij zich (steeds) draaide, zijn mond van de ene naar de andere kant ging en hij zijn vingers in zijn oren had gestopt.” 

(Sahih at-Tirmidhi)

6.       Het verheffen van de stem

Dit op basis van de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Ieder mens, djinn of iets anders die een persoon de adhaan hoort verrichten, zal voor hem getuigen op de Dag der Opstanding.”   

                                                                                                             (al-Boechari)

Hoeveelheid tijd tussen de adhaan en de iqaamah

Het is aanbevolen dat er genoeg tijd tussen de adhaan en de iqaamah aanwezig is zodat men zich kan voorbereiden op het gebed en deze kan bijwonen. Want dit is namelijk de bedoeling van de adhaan. Ibn Battaal zegt: “Er kan niet over een specifieke tijdsduur gesproken worden. Het enige wat in acht genomen dient te worden is dat de tijd voor het gebed is aangebroken en dat degenen die het gezamenlijke gebed komen verrichten zich hebben verzameld.”

Het verbod de moskee te verlaten nadat de adhaan is geweest

Aboe Shacthaa’ overlevert: “Wij zaten in de moskee met Aboe Hoerayrah toen de moe’addhin de adhaan verrichtte. Er stond vervolgens een man op en die wegliep. Aboe Hoerayrah bleef hem volgen met zijn ogen totdat de man de moskee verliet. Hierop zei Aboe Hoerayrah: ,,Wat deze man betreft, hij heeft Aboe Qaasim (de Profeet -vrede zij met hem-) niet gehoorzaamd.”        

(Moeslim, an-Nisaa’i en at-Tirmidhi) 

Het verrichten van de adhaan en de iqaamah voor in te halen gebeden

Wie door een gebed heen slaapt of dit vergeet, het is voor hem toegestaan om de adhaan en de iqaamah te verrichten. Dit op basis van de overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen zich tijdens het reizen voor het ochtendgebed hadden verslapen. Hierop gaf de Profeet (vrede zij met hem) Bilaal opdracht om de adhaan en de iqaamah te verrichten.

                                                                                                                       (Sahih Aboe Daawoed)

Als het hier om meerdere gebeden gaat dan wordt er één adhaan verricht en voor elk gebed een iqaamah. Dit op basis van de overlevering van Ibn Mascoed waarin hij zegt: “Waarlijk, de veelgodenaanbidders hielden de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) af van het verrichten van vier gebeden tijdens de slag van Khandaq. Het was zelfs zo dat een groot deel van de nacht reeds voorbij was. Hierop gaf de Profeet (vrede zij met hem) Bilaal opdracht om de adhaan te verrichten. Vervolgens verrichte hij de iqaamah en bad het middaggebed. Vervolgens verrichte hij de iqaamah en bad het namiddaggebed. Vervolgens verrichte hij de iqaamah en bad het avondgebed. Vervolgens verrichte hij de iqaamah en bad het nachtgebed.”

                                                                                                          (Sahih an-Nisaa’i en at-Tirmidhi)


[1] Met terugkeren wordt hier bedoeld; Het beëindigen van het nachtgebed, het zich voorbereiden voor het ochtendgebed en het uitrusten voordat het ochtendgebed begint.