|
Het was rustig in het land, de Marokkaan waar ik gewoonlijk vis koop had een briefje op de deur gehangen. Weg tot eind augustus. Ik wist waarheen, naar Nador, waar hij geboren was. De laatste keer dat ik hem sprak hadden we het over Nederland. Hij vond er weinig meer aan, de mensen waren niet zo aardig, de overheid zat je vooral dwars en Geert Wilders was zo langzaamaan juist de bron van veel angst, in plaats van de oplossing daarvoor die hij zei te zijn.
De vishandelaar ging kijken of er in Nador niet iets voor hem te beginnen viel, als het leven dan toch moeilijk was dan liever onder de zon, met aardiger mensen om je heen.
Ik begon de voordelen van dit land op te sommen, de riedel sociale zekerheid, rechtsbescherming, democratisch bestel, wegen zonder gaten, maar hield er een beetje verbaasd weer mee op. Zeker, zulke dingen bespoedigden het geluk, maar het geluk zelf, dat was toch iets anders. Daarover had hij het.
Met vijf zeebaarzen, een paar flinke handen ansjovis en een onbestemd gevoel in mijn borst verliet ik zijn winkel. Het gevoel was te licht voor verdriet – misschien dat het met afscheid te maken had. Ik stelde me een land voor zonder hem, zonder immigranten, en dacht aan Wachtende op de barbaren van Kavafis – de leegte aan het eind van dat gedicht, de teleurstelling over de barbaren die niet gekomen zijn. En wat moeten wij nu zonder barbaren. Die mensen waren tenminste een uitweg.
In dezelfde week was Wilders in Denemarken, daar betoogde hij op televisie dat tientallen miljoenen moslims Europa moesten verlaten zodra ze een misdaad begingen of over sharia dachten. Ik bekeek het interview op internet. Als je geloofde wat hij zei, als je daar vatbaar voor was, waren we er inderdaad niet best aan toe. Niet alleen sprak hij over miljoenen moslims die nu al in Europa waren, maar ook over de miljoenen moslims die er nog zouden komen, de moslims die nog geboren moesten worden. De moslimzaadjes en moslimeitjes. Het leek wel een lezing over de reproductiviteit van vliegen: zo had je er twee, zo zag je hele keuken zwart van de vliegen.
Keer op keer rekende hij een miljoen Nederlanders tot het collectieve enkelvoud van de moslim. Keer op keer bracht hij kleine criminaliteit, hangjongeren, strikte geloofsopvattingen en islamitische terreur onder die ene noemer van de moslim. Het verbijsterende simplisme van zijn woorden was een belediging voor het verstand. Deze vuist op deze vuist, en zo klom Geert naar boven.
* Tommy Wieringa is auteur van onder meer de romans Caesarion en Joe Speedboot.
Depers.nl
14 juli 2009 |